Natuur verdwijnt

De ontbossing en afgraving van 55 hectare maakt waardevolle natuur kapot. Deze vergunning vernietigt leef- en broedgebieden van verschillende beschermde dier- en plantensoorten zoals de groenknolorchis, de meervleermuis, de oeverzwaluw en de rugstreeppad. De haven is een zeer belangrijke plaats voor fauna en flora in de delta van de Schelde. Door de steeds groeiende industrie neemt de druk op de stukjes overgebleven natuur toe. Het havenbedrijf en de overheid moeten waken over de natuur en dit zoveel mogelijk bewaren voor het in stand houden van de diversiteit en het verhogen van de lucht- en waterkwaliteit. Zo zegt artikel 8 van het Natuurdecreet: “De Vlaamse regering neemt alle nodige maatregelen ter aanvulling van de bestaande regelgeving om over het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest de milieukwaliteit te vrijwaren die vereist is voor het behoud van de natuur en om het standstill-beginsel toe te passen zowel wat betreft de kwaliteit als de kwantiteit van de natuur.”

Deze kapvergunning toekennen is een schending van het standstill-beginsel.


De ontbossing omvat de vernietiging van een significante hoeveelheid duindoornstruweel, hoewel dit verboden is. Deze 22 jaar oude duindoorn is een plantensoort die een beschermd statuut als “verboden te wijzigen vegetatie” heeft. Daarom vraagt Ineos een afwijking aan. Het struweel aan duindoorn wordt gecompenseerd door inheems loofhout. Er is geen onderzoek gedaan in hoever duindoorn zomaar vervangen kan worden door loofhout in het compensatiebos. 

Ineos vraagt afwijkingen van het soortenbesluit aan voor vier broedvogels: de oeverzwaluw, de bergeend, de graspieper en de buizerd. Het verwijderen van deze twee stukken bos in het havengebied heeft een negatieve impact op de continuïteit van broed- en foerageergebieden over grotere afstand. Deze broedvogels gebruiken deze site als broedplaats. Omwille van het beschermingsstatuut van deze soorten, is het opzettelijk verstoren, wegnemen of vernietigen van nesten verboden. Het Soortenbeschermingsplan van de Antwerpse Haven zegt dat er op termijn een vaste broedplaats kan komen voor de oeverzwaluwen, maar die is nog steeds niet gerealiseerd. In het kader van goed beheer dient dan ook voorzichtiger omgegaan worden met deze oeverzwaluw. Daarnaast zijn krakeend, tafeleend en wintertaling en tijdens sommige winters ook pijlstaart welkome gasten in dit gebied.

Er is geen onderzoek gedaan naar welke invloed de bouw van Project One gaat hebben op de habitat van de Kajatehoutspanner, een zeldzame nachtvlinder.

De impact van het project op luchtkwaliteit werd niet onderzocht, noch voor ontbossing of voor de uiteindelijke installaties, noch qua lokale impact of internationale milieueffecten. Nochtans bevindt zowel de Antwerpse haven als de stad Antwerpen zich in een wettelijk verplichte luchtkwaliteitszone, omwille van de onwettig luchtkwaliteitswaarden.


Gezien de g
rensoverschrijdende impact van de milieueffecten (o.a. broedgebieden, lucht- en waterverontreiniging), had deze aanvraag een internationaal openbaar onderzoek moeten krijgen. Dit is niet gebeurd, wat volstrekt onwettig is. “Bij deze beschrijving moet rekening worden gehouden met de op Unie- of op lidstaatniveau vastgestelde doelstellingen inzake milieubescherming, die relevant zijn voor het project.”

De vergunning in stukjes hakken door een aparte aanvraag te doen voor de ontbossing heeft in het verleden al geleid tot vergissingen en onherroepelijke schade waarbij het voorgespiegelde positieve maatschappelijk-economisch effect in een latere fase niet eens gerealiseerd werd: de urgente uitbreiding van Essers, waarvoor het Wilrijkse Ferrarisbos werd vernield blijkt nu slechts te hebben gediend voor de aanleg van een parking.  De aanvraag houdt dus geen rekening met de impact van de indirecte, secundaire, cumulatieve en grensoverschrijdende effecten, conform bijlage 3 van de MER-richtlijn uit 2014.

Volgens het onderzoeksrapport over pelletvervuiling van het Britse consultancybureau Eunomia in februari 2018 voor het Directoraat-Generaal Milieu (DG Environment) van de Europese Commissie, is de onnauwkeurige behandeling van pellets (ook wel nurdles genoemd) in de industrie de tweede grootste bron van microplastics in het milieu, na de slijtage van banden. Reeds op dit moment is dit een ernstig probleem voor natuur en milieu in het Antwerps havengebied. In 2017 werden er naar schatting vier ton pellets verwijderd door het Antwerps havenbedrijf, in 2018 waren dat er 2,5 ton, het equivalent van miljarden pellets. Het gaat hier om een zware onderschatting, gelet op de ontelbare pellets die in het havengebied te vinden zijn, zoals in het slik- en schorregebied de Galgenschoor. Dit Natura 2000 gebied bevindt zich vlak naast de reeds bestaande installatie van Ineos. Elke bijkomende vervuiling op deze kwetsbare habitat met de bijhorende effecten op de aanwezige beschermde broedvogels, is als een verboden significant negatief effect te beoordelen.


Op basis van het voorzorgsprincipe moet Ineos werk maken van het vermijden aan de bron van plastic vervuiling in de natuur, en moet ze als vervuiler de rekening betalen voor deze maatregelen. Op dit moment gebeurt dit niet. Ineos is zelfs geen lid van Operation Clean Sweep van sectorfederatie Plastics Europe, een vrijwillig charter voor bedrijven om verspilling van plastic pellets te voorkomen en tegen te gaan. Zonder gewijzigd beleid zal de impact van dit probleem enorm toenemen met de bouw van de twee extra installaties van Ineos.

Ook op vlak van NOx emissies ontbreekt alle informatie aangaande het definitieve project. De projectaanvrager dient duidelijk aan te geven wat de te verwachten uitstoot qua NOx (en andere polluenten) zal zijn en op welke manier deze uitstoot beperkt wordt. Gezien de onwettige situatie van de luchtkwaliteit in Antwerpen sinds 2015 en de ontoereikendheid van de huidige luchtkwaliteitplannen om binnen korte termijn de wettelijke grenswaarden te behalen, zie o.a. de ingebrekestelling vanuit de Europese Commissie, moeten alle maatregelen die deze situatie nog dreigen te verergeren kritisch geëvalueerd worden.

Aangezien het verwijderen van grote hoeveelheden natuurgebied zonder meer een negatieve impact heeft op de lokale luchtkwaliteit met name fijn stof, maar ook andere polluenten) en aangezien de haven van Antwerpen reeds onderhevig is aan een luchtkwaliteitsplan, moet de impact van deze ontbossing gemodelleerd worden op vlak van de impact op luchtkwaliteit. Dit bezwaar geldt evengoed mocht er uiteindelijk toch geen fabriek gebouwd worden op het terrein, het is een intrinsiek negatief effect van zulke ontbossing.

Ethaankrakers stoten bovendien een hele reeks polluenten uit op relatief grote hoogte, waaronder NOx, PM, SOx, CO, CH3, VOCs en HAPs. Deze polluenten dragen op een negatieve wijze bij aan de achtergrondwaarden luchtvervuiling, inclusief over grote (grensoverschrijdende) afstanden. Alvorens er kan overgegaan worden tot een mogelijk volstrekt onnodige ontbossing, dient er een internationaal onderzoek ondernomen worden naar deze specifieke vorm van bijkomstige vervuiling.

Het brussels advocatenkantoor Equal Partners, met de financiële en juridische steun van ClientEarth, is een groep juristen en experts die de rechten van onze planeet verdedigen. Hierop sloten naast Antwerpen Schaliegasvrij ook Greenpeace Belgium, Vogelbescherming Vlaanderen, Ademloos, BOS+ en Klimaatzaak aan. Hiernaast werkten ook BBL, WWF en Natuurpunt aan een gezamenlijk bezwaarschrift en diende Climaxi reeds als eerste eigen bezwaren in. Onder de impuls van de internationale milieuorganisatie Food & Water Watch ontstond daar bovenop op nog een bezwaar dat door 19 internationale milieuorganisaties werd ondertekend. In totaal hebben bij de vorige kapvergunning dus 37 milieuverenigingen een bezwaarschrift bezorgd aan het Vergunningenloket van de Antwerpse haven tegen Ineos. Dit is ongezien in Vlaanderen.